26 januari 2016

BAM-mama Maria geeft, na een borstverkleining, óók gewoon borstvoeding

Maria stuurde me een mailtje dat ze geïnspireerd was door alle borstvoedingsverhalen om ook haar verhaal op te schrijven. Superleuk natuurlijk, ook haar verhaal plaats ik graag. Het is best een beetje bijzonder, Maria heeft namelijk een borstverkleining gehad, maar ze wilde tóch graag borstvoeding geven. Bovendien is Maria bewust alleenstaande moeder. Haar zoontje Henri werd verwekt met behulp van een donor. Een groot deel van de tijd had ze dus geen partner om op te steunen. Best pittig, lijkt me.

Kortom, veel respect voor deze moeder. Wat vinden jullie van haar verhaal?

 

 

pixabay happy baby's

Het verhaal van Maria en Henri

Ik heb eigenlijk weinig nagedacht tijdens mijn zwangerschap over welke voeding ik wilde geven als mijn baby eenmaal geboren was: midden in de nacht met flesjes in de weer, onderweg ergens water moeten opwarmen — en wat als het dan op was en de baby nog honger had? — ik moest er allemaal niet aan denken. Borstvoeding gaat ook niet over rozen, maar als het eenmaal werkt, dan heb je ook wat; met name het feit dat het onontwikkelde immuunsysteem van de kleine gesteund zou worden door antilichaampjes van mij, vond ik een heel geruststellend idee. Plus: het is een heel stuk goedkoper, en als alleenstaande moeder moet ik natuurlijk op de centjes letten.

 

Ik was dus erg bang dat het niet zou lukken, zeker omdat ik een paar jaar geleden een borstverkleining heb ondergaan, waarbij natuurlijk ook zenuwen en klierweefsel gesneuveld zijn. Tijdens mijn derde trimester bezocht ik een lactatiekundige, die me voorbereidde op borstontstekingen (ik had daar met mijn littekenweefsel een hogere kans op, zei ze) en lage productie. Ze gaf me een voorlichtingsfolder met hoopvolle tekst, vertelde over tepel-speenverwarring, en drukte me op het hart om voorál geen eigen plan te trekken met de kraamverzorging, maar vast te houden aan haar regels. Ik was er klaar voor. Dacht ik.

 

Maar natuurlijk (natúúrlijk!) ging alles anders. Henri werd geboren en vrijwel direct aangelegd. Ook de eerste dag in het ziekenhuis hapte hij vaak aan, en hoewel ik weinig produceerde (duh, dag 1) leek het allemaal goed te gaan. De volgende dag gingen we naar huis, en sliep hij veel. Ik probeerde een paar keer aan te leggen maar het wilde niet vlotten — tot ik om 9 uur ‘s avonds besefte dat hij al sinds 12 uur eigenlijk niet gegeten had. Grote schrik, en hij was maar niet wakker te krijgen! Een natte washand verder is het toen toch gelukt, huid-op-huid, maar vanaf dat moment was het moeilijk.

 

De kraamverzorgster stelde een paar keer voor om een flesje te geven, maar ik had de tepel-speenverwarring nog goed in mijn hoofd zitten en wilde er niet van weten. Het aanleggen was nu al moeilijk, als hij een flesje zou krijgen zou het vast helemaal niet meer lukken, dacht ik. Maar het werd erger en erger: als hij honger had en in de buurt van een borst kwam, schudde hij wild met zijn hoofd, en van aanleggen was geen sprake meer. Huid-op-huid werkte soms om hem te kalmeren, maar vaak ook niet, en doorgaans duurde het bijna een uur om hem aan te leggen.

 

Op dag vier was hij zo van streek dat de kraamverzorgster even met hem ging lopen, terwijl ik probeerde om met de hand af te kolven en hem dan maar met een lepeltje te voeren. Ik produceerde een mooie druppel, en Henri hing op de arm van de kraamverzorgster, met zijn hoofdje naar buiten, dus ik besloot hem die druppel dan maar meteen aan te bieden. En ineens hapte hij aan! En ja, daar sta je dan: zelf met een borst in je handen, en iemand anders heeft je kind vast. De kraamverzorgster en ik hebben een kwartier lang stokstijf stil gestaan terwijl hij dronk, en hebben nog vaak moeten lachen om de bizarre situatie.

 

Daarna maakte de kraamverzorgster een goed punt, en ik was om: als hij elke keer dat hij in de buurt van een borst was zoveel frustratie zou ervaren, dan zou hij mijn borst gaan associëren met die strijd. Oh ja. Ineens was de tepel-speenverwarring niet meer de grootste bedreiging, en prompt werd een kolf gehuurd en een flesje gevuld. Het bleek een wondermiddel: al kreeg hij maar 20 cc melk in de fles, daarna was hij rustig genoeg dat hij zonder problemen kon aanleggen. Als hij klaar was kolfde ik nog eventjes door voor het volgende flesje, wat vervolgens gewoon op tafel stond voor gebruik bij de volgende voeding (“vooral niet te aantrekkelijk maken”, zei de kraamverzorgster: melk uit de borst blijft het lekkerste, dus die fles hoeft echt niet op temperatuur).

 

We hebben twee weken doorgewerkt met dat systeem: ik probeerde eerst gewoon aan te leggen, en als hij niet hapte kreeg hij een flesje, en probeerden we het opnieuw. Steeds vaker hapte hij gewoon goed bij de eerste keer — van tepel-speenverwarring was geen sprake — en uiteindelijk kon de kolf weer terug en het flesje weer in de kast. We hadden het kunstje door!

 

Vanaf dat moment was borstvoeding heerlijk, en betekende het ook vrijheid: we konden op stap! Ik heb overal gevoed inmiddels: in de draagdoek, wandelend door Madurodam. In vliegtuigen en op vliegvelden, in cafés, bussen en treinen. De eerste keer in het openbaar was ik aan het wachten op de bus, die maar niet kwam. Toen hij net was aangelegd, kwam de bus — ik ben voedend en al de bus ingelopen. Van boze blikken heb ik tot nu toe geen last gehad, wél kreeg ik eens een grote grijns en een opgestoken duim van een voorbijganger, toen ik op een NS-perron zat te voeden.

 

Inmiddels is hij vier maanden oud, en nadert de 9 kilo. Met de voeding zit het, kortom, wel snor. Gisteren gingen we kijken bij het kinderdagverblijf, en vielen de kaken van de leidsters op de vloer toen ik vertelde dat hij dit illustere postuur enkel op borstvoeding bereikt heeft. Die kennis vind ik zelf juist erg rustgevend: ik maak me absoluut geen zorgen over zijn voeding, of hij teveel of niet gebalanceerd zou eten. Hij krijgt alles wat hij nodig heeft, en ‘teveel’ bestaat niet in het borstvoedingswereldje. Dus laat hem maar lekker doorgroeien!

 

 

Leuk om te lezen? Lees meer voedingsverhalen, andere gastblogs, over borstvoeding of babyvoeding. Misschien lijkt het jou wel leuk om een gastblog te schrijven?

Vorige post Volgende post

1 reactie

  • Reageren José 27 januari 2016

    Prachtig! En zo is het maar net, van borstvoeding kan een baby niet te veel krijgen (mits niet met een flesje gegeven). Stoer hoor, dat je overal voedt! Ik heb ook nog nooit negatieve reacties gehad bij voeden in het openbaar 🙂
    José onlangs geplaatst…Hoera! Naomi is een jaar!My Profile

  • Laat een reactie achter

    CommentLuv badge